Je rijkdom uitdragen
Op zaterdag 3 december 2011 reden we met ons vieren in de auto, terug naar het startpunt van de IJsselhoevenexcursie, Scherpenzeelseweg 3 te Olst. Rijdende door de Duursestraat werd plots mijn oog getroffen door het dak van een boerderij aan de Rijksstraatweg 106, bewoond door de Familie Duteweert te Olst, net buiten Den Nul. Een boeiend detail dat ik voor het eerst bij een boerderij in deze regio tegen kwam. Een detail, dat ik u niet wil onthouden.
Vanaf de Duursestraat te zien, is het rechter gedeelte het voormalige woonhuis, het gedeelte met een pannendak. Het linker gedeelte dat met rietgedekt is, is een later aangebouwde schuur.
Het aardige is, dat het rechterdeel blauwe pannen heeft op het wolfseind en de linkerzijde van dat deel nog helemaal en de rechter zijkant nog gedeeltelijk voorzien zijn van rode pannen.
Deze kleurencombinatie heeft een geschiedenis.
Korte geschiedenis van de Hollandse (Oudhollandse) pan.

Oudhollandse pannen
Aanvankelijk waren hellende daken bedekt met stro, riet, hout, graszoden of plaggen, het ‘weke dak’. Het riet heeft zich kunnen handhaven maar andere materialen zijn geschiedenis geworden. Hevige stadsbranden noodzaakten stadsbesturen het ‘weke dak’ te verbieden. Sommige steden o.a. Zutphen, gaven in de 15e eeuw subsidie om een gebakken daktegel op het dak aan te brengen. Ook de rookafvoeren moesten vanaf die tijd in steen worden uitgevoerd.
Rond 1600 behoorde het ‘weke dak’ in steden tot het verleden.
De Romeinen gebruikten als eerste gebakken materiaal als dakbedekking, dat bestond uit een platte onderpan en bolle bovenpan.
In ons gebied is het noodzakelijk dat het water snel en goed moet kunnen afvoeren. Mede daardoor werden er rond 1400, daktegels ontwikkeld voorzien van een nokje aan de achterzijde, waardoor de pan aan de lat kan blijven hangen. Ook werden deze daktegels onderling met klei en leem aan elkaar vastgemaakt. Doch de bekendste zijn de Romaanse pannen uit die tijd, genaamd monniken en nonnen, met de toelichting dat de monniken boven op liggen. Ze werden gemaakt van trapeziumvormig kleibad, zoals een baksteen, in een vorm. De onderpannen hebben een nok om ze aan een panlat op te hangen.
Romaanse pannen, monniken en
nonnen in Rome
De rode of blauwe kleur van de pan ontstaat bij het bakproces. De pannen krijgen een rode kleur bij een normaal bakproces met behulp van een overmaat aan zuurstof. Blauwgrijze pannen ontstaan als men tijdens het bakproces de zuurstof onttrekt.
Ook kan men de pan voorzien van een glazuurlaagje, wat veelal in de onderpan, de non werd gedaan, zodat het water sneller weg kan lopen. Een nadeel van deze pannen was, dat het dak bijna 2 keer bedekt werd met pannen, wat niet alleen duur was. Het is ook een zware dakbedekking.
Het fabriceren van de Hollandse pan maakte een einde aan de daktegels, monniken en nonnen.
In tegenstelling tot de eerder genoemde, is de Hollandse pan enkeldekkend. Daardoor was de pan ook goedkoper, men had minder grondstoffen nodig. Deze pan werd vermoedelijk als eerste in de IJsselstreek toegepast.
In de bouwrekening van Johan Kreijnck te Zutphen, belast met de bouw van de stadsmuur in 1445-1466, worden 2 mallen voor het maken van de pannen betaald en nadien worden de pannen geleverd.
Tot aan het einde van de 19e eeuw en ook in het begin van de 20e eeuw was het gebruikelijk de Hollandse pan op een onbeschoten kap te leggen in strodokken om jachtsneeuw buiten te houden. Om brandgevaar tegen te gaan werd ook wel van binnen uit de pannen aangesmeerd met een kalkmortel vermengd met varkenshaar. Dit was om de mortel taai te houden.
Rond 1900, door de invoering van mechanische stempelpersen en vormbakmachines, veranderde het dak. De machines vervaardigden gelijkmatige pannen in diverse vormen en kleuren. Ze hebben een betere sluiting en geven meer bescherming tegen regen en wind. Door deze ontwikkeling verdween de Hollandse pan van veel panden.
Gelukkig zijn ze nog te verkrijgen en worden er zelfs weer nieuwe Hollandse pannen gemaakt.
Want niet alleen verandert het dak in vorm en kleur maar ook zijn specifieke aansluitingen tegen bv doorgaande muren of schoorstenen. Deze aansluitingen werden altijd met een speciezoom (is een randje kalkmortel) afgewerkt. Thans wordt dit gedaan met lood zodat het historische beeld van een nostalgisch dak verdwijnt.
In deze regio was het gebruikelijk om rode pannen toe te passen. Voor het blauwbakken zijn extra handelingen nodig. Rode pannen waren daarom goedkoper dan blauwe. Dat is de reden dat je op oudere panden meer rode pannen ziet dan blauwe.
Om nu je rijkdom uit te dragen, werd tot ca. 1850 de voorzijde en wanneer dit zichtbaar was vanaf de weg, ook de achterzijde (de wolfseinden) van het hallenhuis voorzien van blauwe pannen en de zijvlakken werden bedekt met rode pannen zoals hier nog zichtbaar is bij dit pand aan de Rijksstraatweg 106 te Olst.
Zo kon je, in die tijd, vanaf de weg voor een ieder zichtbaar je rijkdom laten zien.
Wim Jansen, 6 december 2011
